Ondersteunde communicatie en digitale beeldgeletterdheid: inclusiever onderwijs door multimodale communicatie
Dit onderzoek gaat over hoe ondersteunde communicatie (OC) kan worden verweven met digitale beeldgeletterdheid en het taalonderwijs voor leerlingen. Leerlingen leren digitale beelden, zoals foto’s en filmpjes, te maken en te gebruiken om te communiceren en taal te ondersteunen. Ze leren beelden te bekijken en doelgericht in te zetten om ervaringen te delen, verhalen te vertellen en duidelijk te maken wat ze bedoelen. Vooral voor leerlingen die niet of moeilijk spreken, kunnen digitale beelden een belangrijke extra manier zijn om zich uit te drukken en actief deel te nemen aan het onderwijs.
Details over het onderzoek
- Onderzoekers:
- Mascha Legel, Christopher Norrie en Bert Steenbergen
- In samenwerking met:
- Stichting Com in Beeld, Stichting Milo, University of Dundee en Radboud Universiteit Nijmegen
- Subsidie:
- Stichting het Gehandicapte Kind, HandicapNL, JKF Kinderfonds, VSB Fonds en de Phelps Stichting voor Spastici
- Projecten:
- FaOC, Mijn Film, Mijn Verhaal en Cam on Wheels (longitudinaal onderzoeksproject)
- Publicatie:
- Current Developmental Disorders Reports, 13(1)
- Publicatiedatum:
- 2026
- Titel:
- AAC and Digital Image Literacy: Advancing Inclusive Education through Multimodal Communication
Waar gaat dit onderzoek over?
Binnen het onderwijs groeit de aandacht voor ondersteunde communicatie (OC) binnen het taalonderwijs. Digitale beeldgeletterdheid biedt hierbij nieuwe mogelijkheden voor leerlingen met Complex Support Needs (CSN). Zelfgemaakte foto’s en films kunnen worden ingezet om communicatie te ondersteunen, persoonlijke ervaringen te delen en verhalen te vertellen. Dit kan bijdragen aan hun taalontwikkeling en deelname aan het onderwijs. De methode Film als Ondersteunde Communicatie (FaOC) biedt hiervoor een praktische aanpak. Leerlingen maken zelf korte films, de zogenaamde Personal Video Scenes, die zij vervolgens kunnen gebruiken binnen hun dagelijkse communicatie en taalonderwijs.
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Het programma Digitale Beeldgeletterdheid is ontwikkeld bij Stichting Com in Beeld, in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen, Stichting Milo en Dundee University. De crew van Studio Com in Beeld ontwikkelt verschillende methodieken en biedt deze aan in de studio en op scholen. Dit gebeurt samen met leerkrachten en logopedisten. Het lesprogramma is gebaseerd op de FaOC-methode en is een van de programma’s die op deze manier wordt aangeboden.
Welke conclusies komen uit dit onderzoek?
Een belangrijke conclusie is dat OC goed kan worden verweven met digitale beeldgeletterdheid en taalonderwijs. Door leerlingen actief te betrekken als mede-ontwerpers en aan te sluiten bij hun eigen ervaringen, interesses en communicatiemogelijkheden, ontstaat een aanpak die betekenisvol is en aansluit bij wat de leerling nodig heeft. Zo krijgen leerlingen meer mogelijkheden om te communiceren, taal te gebruiken en actief deel te nemen aan het onderwijs en de maatschappij.
Wat betekent dit voor ouders en professionals?
Door OC te verweven met digitale beeldgeletterdheid en taalonderwijs, krijgen leerlingen meer mogelijkheden om zich uit te drukken, verhalen te vertellen en actief deel te nemen aan het onderwijs én de maatschappij. Digitale beelden bieden hen een extra manier om ervaringen, ideeën en gevoelens te delen. Zo kunnen leerlingen zich ontwikkelen als storyteller, filmmaker én mede-ontwerper en krijgen zij meer invloed op hun eigen communicatie en deelname aan de samenleving.
Lees onze andere onderzoeken
-
Lees meer over het onderzoek 'Zelfgemaakte film als ondersteunde communicatie (FaOC) en het gebruik in gesprekken'.
-
Lees meer over het lopende onderzoek 'Beginnende geletterdheid bij kinderen met een communicatief meervoudige beperking'.
-
De ontwikkeling van een screeningsinstrument voor de onderliggende kerndomeinen van communicatieve competentie bij kinderen met communicatief meervoudige beperkingen
Lees meer over het onderzoek 'De ontwikkeling van een screeningsinstrument voor onderliggende kerndomeinen van communicatieve competentie in kinderen met communicatief meervoudige beperkingen'.