Training in ondersteunende technologie voor onderwijsprofessionals op scholen Een overzicht van de literatuur met een beschrijvende samenvatting
Op scholen worden verschillende hulpmiddelen gebruikt om kinderen met een beperking te ondersteunen bij leren en communiceren. Dit onderzoek laat zien dat leraren, onderwijsassistenten en andere medewerkers vaak onvoldoende scholing krijgen om deze hulpmiddelen goed te gebruiken. Op basis van 24 studies uit Engelstalige landen concluderen de onderzoekers dat scholing sterk verschilt per situatie, moeilijk toegankelijk kan zijn en niet altijd goed wordt geëvalueerd. Tegelijkertijd geven medewerkers aan dat zij deze scholing belangrijk vinden en behoefte hebben aan meer ondersteuning.
Voor jou gelezen door Christopher Norrie
Dit artikel laat zien dat er een belangrijke kloof bestaat tussen twee ontwikkelingen, de snelle groei van ondersteunende technologie (AT) en ondersteunde communicatie (OC), waaronder ook innovatieve ontwikkelingen zoals die van Milo, en de professionals die deze technologie moeten inzetten in de praktijk. Het onderzoek bevestigt dat zelfs de beste technologie niet effectief is zonder goed opgeleide professionals eromheen. Dat is direct van invloed op gelijke kansen voor leerlingen met een communicatief meervoudige beperking (CMB).
Voor logopedisten biedt het onderzoek wetenschappelijk onderbouwd bewijs dat aandacht voor ondersteunende technologie en OC in opleidingen en nascholing nog onvoldoende aanwezig is. Daarnaast blijkt dat praktische ervaring met hulpmiddelen een belangrijke factor is voor het vergroten van vertrouwen en deskundigheid. Ook laat het onderzoek zien dat logopedisten deel uitmaken van een bredere groep professionals waarvoor scholing en professionele ontwikkeling beter georganiseerd kunnen worden. Het artikel is daarom een waardevolle bron voor subsidieaanvragen, scholingsvoorstellen en initiatieven die benadrukken dat innovatie in OC hand in hand moet gaan met bijscholing.
Waar gaat dit onderzoek over?
Dit onderzoek brengt in kaart welke scholing beschikbaar is voor professionals die werken met ondersteunende technologie, waaronder hulpmiddelen voor ondersteunde communicatie (OC), in het speciaal en inclusief onderwijs. Het gaat onder andere om leraren, intern begeleiders, onderwijsassistenten, logopedisten, andere therapeuten, specialisten ondersteunende technologie en ICT-medewerkers.
De onderzoekers onderzochten welke scholing momenteel beschikbaar is, hoe effectief deze is, welke factoren scholing bevorderen of juist belemmeren en welke kennis en vaardigheden nodig zijn om ondersteunende technologie succesvol in het onderwijs in te zetten. De resultaten vormen de basis voor een competentiekader dat is ontwikkeld in opdracht van het Engelse ministerie van Onderwijs.
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
De onderzoekers voerden een overzichtsstudie uit volgens de PRISMA-ScR-richtlijnen. Hiervoor werden zowel wetenschappelijke publicaties als praktijkgerichte documenten verzameld uit landen met vergelijkbare onderwijssystemen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Alleen Engelstalige publicaties uit de periode 2014–2024 werden meegenomen.
In totaal werden 1.052 publicaties gevonden. Na het verwijderen van dubbele resultaten en een eerste selectie op titel en samenvatting bleven 99 publicaties over voor verdere beoordeling. Twee onderzoekers beoordeelden deze onafhankelijk van elkaar. Uiteindelijk voldeden 24 publicaties.
De gegevens werden systematisch verzameld met behulp van een vast format en vervolgens samengevoegd in een narratieve analyse. Daarbij werden de bevindingen geordend rond thema's zoals het moment van scholing, de inhoud, de vorm van aanbieden, toegankelijkheid, accreditatie en effectiviteit.
Welke conclusies komen uit dit onderzoek?
Geen enkele beroepsgroep geeft aan voldoende scholing te ontvangen op het gebied van ondersteunende technologie. In initiële opleidingen is hier vaak weinig of zelfs geen aandacht voor. In één Amerikaanse studie bleek bijvoorbeeld dat ongeveer 83% van de leraren tijdens hun opleiding geen onderwijs over ondersteunende technologie had gekregen. Daarnaast veroudert kennis snel door de voortdurende technologische ontwikkelingen.
Nascholing komt vaker voor, maar is meestal afhankelijk van eigen initiatief, lokale oplossingen of trainingen van leveranciers. Belangrijke belemmeringen zijn gebrek aan tijd, financiering en kennis over beschikbare mogelijkheden, evenals het ontbreken van duidelijke scholingsroutes en competentiekaders.
Professionals geven de voorkeur aan een combinatie van online leren en praktische oefening. Vooral het daadwerkelijk werken met hulpmiddelen wordt gezien als het meest waardevolle onderdeel van scholing. Vertrouwen in eigen kunnen en ervaren deskundigheid zijn de meest onderzochte uitkomsten van scholing, maar hiervoor worden verschillende meetmethoden gebruikt, waardoor resultaten lastig te vergelijken zijn.
Onderwijsassistenten, die vaak een belangrijke rol spelen bij het dagelijks gebruik van ondersteunende technologie, blijken juist de minste toegang tot scholing te hebben. ICT-medewerkers worden in scholingstrajecten nauwelijks meegenomen. Volgens de onderzoekers is het aanpakken van deze knelpunten noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ondersteunende technologie voor alle leerlingen effectief en gelijkwaardig kan worden ingezet.
Wat betekent dit voor ouders en professionals?
Voor ouders
Dat een hulpmiddel aanwezig is op school betekent niet automatisch dat medewerkers voldoende zijn opgeleid om het goed te gebruiken. Ouders kunnen daarom vragen welke scholing leraren en onderwijsassistenten hebben gevolgd, of zij hebben kunnen oefenen met de hulpmiddelen die hun kind gebruikt en of er sprake is van doorlopende ondersteuning in plaats van een eenmalige training.
Voor professionals
Voor leraren, logopedisten, ergotherapeuten, onderwijsassistenten, specialisten ondersteunende technologie en ICT-medewerkers laat dit onderzoek zien dat veel professionals momenteel kennis opdoen via collega's, sociale media of leveranciers, terwijl er behoefte is aan meer structurele en erkende scholing.
De onderzoekers adviseren om te investeren in scholing die online leren combineert met praktische oefening, meer aandacht te besteden aan ondersteunende technologie en OC in beroepsopleidingen en lokale expertise op te bouwen via bijvoorbeeld train-de-trainerprogramma's, leernetwerken en gespecialiseerde coördinatoren voor ondersteunende technologie.
Voor logopedisten benadrukt het onderzoek het belang van een duidelijke rol binnen multidisciplinaire teams rondom ondersteunende technologie en OC. Daarnaast is het belangrijk om de effecten van scholing te meten. Goede gegevens over het resultaat van scholing kunnen helpen om investeringen in ondersteuning, hulpmiddelen en deskundigheidsbevordering beter te onderbouwen.
Details over het onderzoek
- Onderzoekers:
- Tom Griffiths en Rohan Slaughter
- Publicatiedatum:
- 2026
- Universiteit:
- University of Dundee
- Land:
- Verenigd Koninkrijk
- Titel:
- Assistive Technology Training for Education Professionals in Schools and Colleges: A Scoping Review and Narrative Synthesis